Opstelling beeldschermwerkplek
Voeten plat op de grond
De wetgeving verplicht voor beeldschermwerk een hoogte verstelbare
bureaustoel. Zo kunnen (bijna) alle werknemers met de voeten plat op de
grond rusten. Een voetensteun is in principe niet nodig. Wanneer echter
de tafel niet mee in hoogte regelbaar is, zal de beeldschermwerker zijn
zithoogte aanpassen zodat hij op een goede typhoogte ten opzichte van
zijn tafel zit. De standaard vaste hoogte van een computertafel is 72
cm, een gemiddelde waarde. Dit betekent dat kleinere werknemers niet
meer met de voeten op de grond kunnen steunen. Een voetensteun kan dan
als hulpmiddel gebruikt worden. Vanuit het standpunt van ergonomie heeft
elke werknemer naast een hoogte verstelbare bureaustoel ook een hoogte
verstelbare tafel nodig. Zo zal de werknemer steeds met de voeten plat
op de grond kunnen zitten.
Zithoogte: open hoek
Een klassieke bureaustoel heeft een vaste horizontale zitting. De hoogte
wordt dan zo ingesteld dat de bovenbenen horizontaal komen of dat er
geen onaangename druk aan de achterkant van de bovenbenen is. Vermits de
stoel niet meebeweegt zal de werknemer steeds vanuit de rug bewegen. Men
blijft namelijk niet steeds in één houding zitten, maar wisselt
verschillende taken en zitposities af. Dynamische bureaustoelen spelen
hierop in. Dit heeft wel invloed op de zithoogte. Actieve taken zoals
schrijven, typen, muizen en lezen op het scherm gebeuren vaak zonder
rugsteun in een voorwaartse zithouding. Om dan een goede rugpositie te
behouden moeten de bovenben licht kunnen afhellen zodat de hoek tussen
rug en bovenbenen voldoende groot blijft. De zitting van de dynamische
bureaustoel kantelt mee naar voor. Daarvoor moet de zithoogte wel iets
hoger dan kniehoogte ingesteld worden. Meer passieve taken zoals
telefoneren, denken en communiceren gebeuren meer achterwaarts. Veelal
kan de rugleuning mee naar achter kantelen wat een ontspannen zithouding
geeft. Opdat de voeten nog steeds de grond zouden kunnen raken mag de
stoel niet te hoog zijn. De zitting bevindt zich best op
knieholtehoogte.
Vermits actieve en passieve, voorwaartse en achterwaartse activiteiten
elkaar afwisselen gedurende een werkdag, zal er compromis nodig zijn
voor een optimale afstelling van de zithoogte. Dit gebeurt op basis van
de meest uitgevoerde taken. Wanneer er vooral actief voorwaarts gewerkt
wordt tijdens de dag is een iets hogere instelling van de zithoogte
aanbevolen. Wanneer vooral de rugleuning gebruikt wordt is de regel van
bovenbenen horizontaal aangewezen.
Zitdiepte: vuist ruimte in kniekuil
Volgens het KB Beeldschermen is een bureaustoel met een niet verstelbare
zitdiepte toegelaten. Deze is dan best gebaseerd op de kleinste
gebruiker zodat iedereen voldoende ruimte heeft in de kniekuil en
onaangename druk wordt vermeden. Heel oppervlakkig lopen daar bloedvaten
en zenuwen. Langdurige druk kan aanleiding geven tot bijvoorbeeld
tintelingen of een slapend been. Daarom is de zitting ook afgerond aan
de voorkant. De Europese Norm schrijft wel een aanpasbare diepte voor.
Hoe meer de benen ondersteund worden, hoe lager de zitdruk zal zijn. Als
regel kan gebruikt worden dat men een vuist moet kunnen plaatsen tussen
de rand van de zitting en de benen.
Steun lage rug: boven broeksriem
De hoogte van de rugleuning dient zo ingesteld te worden dat de steun in
de lage rug optimaal is. Een goede richtlijn is dat het meest
uitstekende of bolle deel van de rugleuning vlak boven de broeksriem
ondersteunt. Hier bevindt zich de holle kromming van de lage rug, die
tijdens het zitten zoveel mogelijk bewaard dient te blijven. Bij de
dynamische bureaustoelen kan de rugleuning naar achter inclineren. Dit
verlaagt de belasting op de rug nog meer. Bedoeling is om dit
bewegingsmechanisme steeds los te laten staan, zodat houdingsafwisseling
door de stoel gestimuleerd wordt. De weerstand van het mechanisme dient
wel geregeld te worden in functie van het lichaamsgewicht, zodat men
niet naar achter valt of naar voor wordt geduwd door de stoel.
Tafel op ellebooghoogte
Een juiste werkhoogte is afhankelijk van de taken die uitgevoerd worden.
Wanneer er vooral administratief werk wordt uitgevoerd, komt de tafel
best 3 tot 5 cm boven de ellebogen zodat de armen goed ondersteund zijn.
Bij éénzijdige typen is een opstelling 2 cm lager dan de ellebooghoogte
aanbevolen in zit omdat de armen dan ontspannen langs het lichaam kunnen
hangen. Meestal wordt typen en administratief werk gecombineerd zodat
een compromishoogte aangewezen is. De bureautafel op ellebooghoogte is
dan een goede richtlijn.
Dit veronderstelt een hoogte verstelbare tafel om alle mensen op een
gepaste hoogte te laten werken. Met een vaste standaardhoogte van 72 cm
is dit enkel voor "gemiddelde" mensen het geval. De kleine werknemer zal
zijn stoel hoger instellen om goed ten opzichte van de tafel te zitten.
Hierdoor komen de voeten los van de grond, wat kan opgevangen worden met
een voetensteun. De grotere mensen echter zetten hun stoel lager om niet
steeds te moeten vooroverbuigen. Hierdoor echter zal de afvlakking van
de lage rug toenemen. De enige oplossing is blokjes onder de poten te
plaatsen zodat de tafel hoger komt.
Bovenrand scherm maximaal op ooghoogte of lager
Voor een goede positie van de nek bevindt de bovenrand van het
beeldscherm zich best op ooghoogte of tot 10cm eronder. De rustpositie
van de ogen is 15° naar beneden gericht en zo valt de bliklijn in het
midden van het scherm. Beeldschermen kunnen op een eenvoudige manier op
een gepaste hoogte gebracht worden door er iets onder te plaatsen. Bij
de grote schermen is dat tegenwoordig soms niet meer nodig. Wel een
recent aandachtspunt zijn laptops. Doordat het scherm vasthangt aan het
klavier, staat dit bijna altijd te laag. Daarom bestaan er laptosteunen
die in hoogte regelbaar zijn en een goede hoogte verzekeren. Er zijn dan
wel een apart toetsenbord en muis nodig. Zo kan men ook van een
reglementaire werkplek spreken omdat toetsenbord en scherm los van
elkaar moeten staan.
Een andere opvatting baseert zich op de vermoeidheid van de ogen.
Wanneer men recht voor zich uitkijkt zullen de ogen reflexmatig focussen
in de verte. Vermits het beeldscherm nu in de weg staat, zullen de ogen
steeds moeten scherpstellen. Door het toetsenbord lager te plaatsen en
60° achterwaarts gekanteld, zullen de ogen steeds neerwaarts kijken. Het
blootgestelde oogoppervlak neemt hierdoor af en er wordt een groter
oogbeschermend traanvolume afgescheiden. Deze positie is echter meer
belastend voor de nekspieren en verhoogt de kans op hinderlijke
reflectie.
Scherm: kijkafstand op armlengte
Een algemene regel om een goede kijkafstand in te schatten is dat het
scherm zich op een armlengte van de beeldschermwerker moet bevinden. De
exacte kijkafstand is afhankelijk van de grootte van het scherm en de
lettergrootte.
|
Grootte scherm |
Kijkafstand |
Lettergrootte |
|
14 inch |
50 - 70 cm |
3 mm |
|
17 inch |
60 - 85 cm |
4 - 5 mm |
|
19 inch |
70 - 95 cm |
4 - 6 mm |
De kijkafstand mag groter zijn, naarmate het
scherm groter is. Een te klein lettertype echter zal
een voorovergebogen houding uitlokken om de tekst
goed te kunnen lezen. Het is daarom raadzaam om
tijdens het bewerken van een document in te zoomen
tot bijvoorbeeld 120%. Zo is een goede leesbaarheid
verzekerd. Men kan ook de lettergrootte standaard op
12pt te zetten in plaats van 10pt. Websites hebben
vaak moeilijk leesbare teksten door kleine letters
of slechte contrasten. Dit heeft de
beeldschermwerker natuurlijk niet zelf in de hand.
Toetsenbord: 15 cm van tafelrand
Tussen de rand van de tafel en het toetsenbord is
best een ruimte voorzien van 15 cm. Zo kunnen de
voorarmen op de tafel steunen. Met de opkomst van de
flatscreens mag dit geen probleem meer vormen. Met
de vroegere computerscherm was de bureautafel niet
altijd diep genoeg. In deze gevallen zijn armsteunen
aan de bureaustoel onontbeerlijk om het gewicht van
de armen te ondersteunen. Zo is er minder spierwerk
nodig waardoor de schouders en nek ontlast worden.
Het gewicht van de armen is één tiende van het
lichaamsgewicht, dat inwerkt op de wervelkolom.
Documenthouder
Bij het bepalen van de tafelhoogte werd er reeds
vanuit gegaan dat typen en papierwerk elkaar
afwisselen. Soms worden beide ook gecombineerd of
moet er tekst overgetypt worden van papieren. Veelal
wordt het toetsenbord dan ver naar voor geschoven.
De papieren hebben dan juist genoeg plaats. Dit
betekent echter dat tijdens het lezen van de
documenten de nek sterk gebogen moet worden en
tijdens het typen de armen ver naar voor worden
gestrekt. Een documenthouder kan hiervoor een
oplossing bieden. Met een opstelling tussen
toetsenbord en scherm, moet het hoofd veel minder
gebogen worden om de tekst te kunnen lezen. Het
toetsenbord kan dichter bij de tafelrand blijven
staan zodat de armen ontspannen langs het lichaam
hangen. Een voordeel van deze opstelling dat men ook
nog notities kan aanbrengen op de papieren. Wanneer
men enkel schrijfwerk verricht kan het toetsenbord
op de documenthouder geplaatst worden zodat er
genoeg werkruimte is. Een andere goede opstelling
van de documenthouder is vlak langs het scherm. Bij
het overtypen van de tekst zal het hoofd steeds
rechtop gehouden kunnen worden.
Haaks op venster en 2 meter afstand
Met een bureauopstelling loodrecht op het venster
zal het daglicht zijwaarts invallen zodat reflecties
of contrasten vermeden worden. Wanneer het scherm
naar het venster gekeerd staat, zal het buitenlicht
of de zon invallen op de scherm. Dit geeft een
hinderlijke reflectie en vaak passen de mensen hun
houding aan om de tekst toch te kunnen lezen.
Andersom, met het aangezicht naar het venster zal
het verchil in helderheid tussen het buitenlicht en
de binnenruimte te groot zijn. Vooral op een heldere
zomderdag is dit het geval. De zon zal ook steeds in
de ogen schijnen. Wanneer geen andere opstelling
mogelijk is, is zonnewering noodzakelijk. Hetzelfde
geldt wanneer het scherm ook dicht bij het venster
staat, op minder dan 2 meter. Zelfs met een haakse
opstelling zal de invloed van het daglicht reëel
zijn. Er dient dan ook een mogelijkheid te zijn om
dit af te schermen, indien nodig.
Kunstlicht moet voldoende afgeschermd worden.
Wanneer TL buizen parallel met de computertafel
hangen, plaatst men het scherm vlak onder de
verlichting. Met de lampenrijen loodrecht op de
bureau is een opstelling tussen de armaturen
aangewezen. Terug naar boven
NBN-EN 527 : Bureautafels
De Europese norm NBN-EN 527-1 (2000)
Kantoormeubelen: Werk- en schrijftafels laat een
niet-verstelbare hoogte toe van 72 cm. Deze maat is
algemeen verspreid in beeldschermwerkplekken en
kantoren. Helaas gebeurt dit vaak onder het mom van
“ergonomie”.
Eénzelfde hoogte voor alle beeldschermwerkers is
vanuit het standpunt van ergonomie moeilijk te
verantwoorden. In arbeidssituaties waar vele uren
per dag gewerkt wordt, is een verstelbare
bureautafel aanbevolen. Uitgaande van de Belgische
werknemers is een bereik nodig van 61 tot 82 cm. Dit
is ruim meer verstelbaar dan wat de Europese norm
voorschrijft. Daarom is het interessant om de
Nederlandse norm, NEN 2449, als richtlijn te
hanteren. Hierin worden verstelbare tafelhoogtes van
62 tot 82 cm voorgesteld.
|
HOOGTE
|
NBN-EN 527
|
DIN-Belg 2005
|
|
|
|
Niet-verstelbaar
|
72
cm |
- |
|
Verstelbaar
|
< 68 - 76 cm
|
61 - 82 cm
|
|
Instelbaar
|
Stappen < 3,2 cm |
Stappen 2 cm |
|
|
|
|
|
OPPERVLAK
|
|
Diepte
|
80 cm
|
80 cm : < 19" scherm
100 cm: > 21" scherm
|
|
Breedte
|
120 cm
|
160 cm
|
|
|
|
|
|
BEENRUIMTE
|
|
Hoogte
|
65
cm |
zo
open mogelijk |
|
Breedte
|
60 cm
|
|
Diepte
|
60
cm |
Wat de diepte van de bureautafel betreft, wordt
steeds een ruimte vóór het toetsenbord aanbevolen om
de voorarmen te laten steunen. Een diepte van 80 cm
is dan voldoende voor flatscreens. Met de opkomst
van steeds grotere schermen, zal de aanbevolen
kijkafstand ook toenemen. Boven de 21" kan men
denken aan tafels met een diepte van 1 meter. Een
breedte van 120 cm is minimaal, 160 cm is
aanbevolen. Zo kan de werknemer nog papieren op zijn
bureau leggen. Langs de andere kant, hoe meer ruimte
een mens krijgt, hoe meer hij ook zal volleggen,…
Ook moet er voldoende beenruimte voorzien worden om
makkelijk houdingsafwisseling toe te laten. De
Europese norm overgenomen gaat hier nog uit van een
klassieke bureau met twee kasten aan elke kant.
Tussenin blijft dan een krappe ruimte over voor de
benen. De praktische richtlijn is om de ruimte onder
een werktafel zo “open” mogelijk te ontwerpen. Deze
mag dan wel niet gevuld worden met een papierbak en
CPU station. Aansluitend mag de dikte van een
werkblad niet dikker zijn dan 5 cm.
De ergonomische bureaustoel...what's in a name!?
Over de "ergonomische" bureaustoel is al heel wat
neergeschreven, op de markt zijn er veel
verschillende modellen te vinden en elke opleiding
heeft wel zijn eigen theorie. Hier volgt een
persoonlijke impressie...
    
Open heuphoek versus horizontaal zitten
Verschillende taken lokken verschillende
zithoudingen uit. Lezen en schrijven gebeurt vooral
voorwaarts, telefoneren en vergaderen achterwaarts.
Typen blijkt voorwaarts en in een middenpositie te
gebeuren. Beeldschermwerkers werken zo in totaal
ongeveer de helft van de tijd voorwaarts zonder
ruggesteun, de andere helft gesteund tegen de
rugleuning. Een goede bureaustoel volgt de
bewegingen van zijn gebruiker en moet dus over een
kantelbare zitting beschikken om voor al deze taken
een goede zithouding toe te laten. De hoek tussen de
rug en de bovenbenen moet namelijk steeds groter
zijn dan 90°, een open heuphoek. In de achterwaartse
positie maakt een rugleuning deze hoek mogelijk. Bij
voorwaarts gerichte activiteiten zullen de benen
moeten kunnen afhangen om een voldoende grote hoek
tussen rug en bovenbenen te bekomen. Uitgaan van één
ideale houding, achterwaarts met de rug gesteund, is
theoretisch wel het minst rugbelastend, maar in de
praktijk niet altijd haalbaar omdat de taak dus de
houding bepaalt. Anders kunnen we beter al liggend
werken, dan is de belasting op de rug nog lager.
Bewegingsmechanismen
Statisch in éénzelfde positie zitten zorgt voor
constante rek op ligamenten en druk op
tussenwervelschijven. Onder het motto "de beste
houding, is de volgende houding" zijn er daarom
verschillende bewegende stoelen op de markt. De
oudste variant had een horizontale zitting waarbij
de rugleuning naar achter kon veren. Omdat hierdoor
schuifkrachten ontstonden, werd een bureaustoel met
synchroonmechanisme bedacht. Wanneer de ruggesteun
achterwaarts beweegt, zal de zitting in een vaste
verhouding meekantelen. Een ratio 2:1 betekent dus
dat als de rugleun 2° naar achter beweegt, dit voor
de zitting 1° is. Voor de activiteiten in een
achterwaartse of middenpositie is dit een goede
oplossing. Typen gebeurt echter ook vaak voorwaarts.
De zitting moet dus ook naar voor kunnen kantelen
zodat een open heuphoek mogelijk is. Een kantelstoel
laat dit toe. De zitting en rugleuning staan in een
vaste hoek en het geheel kan naar voor of naar
achter kantelen. Ook een multidynamische stoel biedt
een oplossing. De zit en rug kunnen hier
onafhankelijk van elkaar bewegen. Wanneer men
voorwaarts werkt, komt men veelal los van de
rugleuning en kantelt het zitvlak naar voor,
waardoor de benen kunnen afhangen. Achterwaarts
zullen zitting en rugleuning naar achter bewegen. Oh
ja, er bestaan ook nog aangedreven
bewegingsmechanismen, die de zitting automatisch
links-rechts laten draaien...

Rugondersteuning
Een rugsteun is een goede zaak. Hoe verder deze naar
achter kantelt, hoe lager de belasting op de rug zal
zijn. Dit is vooral tot een hoek van 110°. De
bewegende stoelen laten dit over het algemeen toe.
Een ander belangrijk element is specifiek de lage
rugsteun. Een bolle steun biedt het meeste
ondersteuning aan de holle kromming van de lage rug.
De hoogte van de rugleuning moet zo ingesteld worden
dat de steun aan de lage rug goed zit. De hoogte of
grootte van de rugleuning verschilt ook vaak, maar
deze is minder belangrijk. Een lage leuning laat de
schouderbladen vrij zodat de armen veel
bewegingsvrijheid hebben. Een middelhoge rugleuning
tot aan de schouders biedt meer comfort. Een nek- of
hoofdsteun hebben bij een bureaustoel weinig
functionele meerwaarde.
Ook de armen worden best ondersteund zodat dit
gewicht niet inwerkt op de rug. Wanneer de werktafel
geen steun toelaat, zijn armsteunen nodig. De hoogte
moet dan ingesteld kunnen worden.
Omgeving
Maar zelfs de beste stoel verliest zijn voordelen
wanneer de werktafel te laag staat of het
beeldscherm te hoog. De omgeving moet mee aangepast
zijn aan de individuele gebruiker. Ergonomie gaat
dus verder dan alleen de stoel op zich. De hele
omgeving speelt mee en dan zullen er compromissen
gesloten moeten worden. Er is zo bijvoorbeeld al een
verschil tussen de optimale schrijf- en typhoogte.
Om te schrijven staat de tafel best 3-5 cm boven
ellebooghoogte. Bij het typen mag dit lager zijn, te
meer omdat de hoogte van het klavier het werkvlak al
verhoogt. Of nog, voorwaarts zitten met een open
heuphoek vraagt een zithoogte boven de
knieholtehoogte, anders kunnen de benen niet
afhangen. Anderzijds wil men wel met de voeten aan
de grond kunnen wanneer men achterwaarts in zijn
bureaustoel leunt. "Ideaal" is dus makkelijk gezegd,
maar bijna nooit het geval bij zitten.
Waarschijnlijk daarom dat wetenschappelijke
onderzoeken ook geen eenduidig beeld kunnen scheppen
voor de praktijk.
Ook verlichting of weerkaatsing op de beeldschermen
kunnen de zithouding beïnvloeden. De bureau
loodrecht op een venster plaatsen, algemene
verlichting van 500 lux voor het lezen van
documenten en eenzelfde helderheid op scherm,
toetsenbord en directe omgeving zijn al enkele
belangrijke tips.
Zitdrukverdeling
Een voldoende dik kussen vangt de drukkrachten op
het zitvlak op. Dit geeft bij de huidige
bureaustoelen geen problemen. Een verstelbare
zitdiepte met een afgeronde voorkant kan het
zitoppervlak nog individueel aanpassen. De
schuifkrachten zijn wel een ander aandachtspunt. Bij
het voorwaarts zitten onder open heuphoek, hangen de
benen wat af. Doordat veel houdingsafwisseling
mogelijk is, valt wel te betwijfelen of dit enig
ongemak geeft.
Besluit
Een ergonomische bureaustoel is dus steeds een
individuele oplossing van de stoel in functie van de
uit te voeren taken en in relatie tot de omgeving.
En dan moet je de stoel ook nog eens correct
afstellen op de lichaamsmaten van de gebruiker. Bij
de grote fabrikaten van bewegende bureaustoelen zijn
er geen echt slechte, maar ook niet dat er één de
beste is. Ze voorzien ook verschillende soorten
bureaustoelen die aansluiten bij specifieke
activiteiten.
Terug naar boven
|